Blijf in vorm: oefeningen voor de zwemmers

Opdracht 1

Deze oefening kan je in bad doen, maar ook met een emmer water in de tuin. Zoek een voorwerp dat drijft op het water, bijvoorbeeld een badspeelgoedje of een leeg flesje water. Duw het drijvende voorwerp onder water en laat het los. Het voorwerp zal naar boven schieten. Hoe dieper je het duwt, hoe hoger het zal springen. Hoe hoog kan jij het laten springen? 

 

Opdracht 2

Zoek een veertje of watje en leg dit op tafel. Als je tegen het watje blaast zal het voortbewegen over tafel. Maak er een wedstrijdje van en kijk wie van het gezin het snelst het veertje naar de overkant van de tafel geblazen krijgt. Tip: blaas langzaam en lang i.p.v. snel en kort.

 

Opdracht 3 

Vul een beker met water en steek er een rietje. Nu kan je belletjes blazen in je beker.
Wil je het nog leuker maken? Voeg een beetje afwasmiddel toe aan het water. Nu kan je de hele beker vullen met bellen!
Tip: Voor extra veel bellen, blaas je beter langzaam en lang i.p.v. snel en kort.  

 

 

 

Opdracht 4

Dit spelletje kan je met het hele gezin spelen. Er is één spelleider, de rest neemt deel aan het spel. Wanneer de spelleider ‘bolletje’, ‘ster’ of ‘pijl’ roept moeten de deelnemer zo snel mogelijk in de juiste houding gaan staan. Bij de uitroep bolletje maken ze zich zo klein mogelijk. Wordt er ster geroepen moeten ze op hun buik of rug gaan liggen met de armen gespreid. Bij ‘pijl’ maken ze een goede en stevige pijl. De spelleider controleert de houdingen (bv. mooie pijl = armen helemaal gesterkt) en roept de woorden
steeds sneller na elkaar. Als een deelnemer een foute houding aanneemt valt hij af. Wie houdt dit het langste vol? 

 

 

Opdracht 5

Voor dit spelletje heb je een speelkameraadje nodig. Maar niet getreurd als je mama, papa, broer, zus, … geen tijd heeft. Je kan het zelfs spelen tijdens het videobellen!
Beeld om de

 beurt een dier uit. Je speelkameraadje(s) proberen te raden wat je hebt uitgebeeld. Zodra het dier geraden wordt moet iedereen dit dier proberen na te doen. Wij geven alvast enkele voorbeeldjes: maak je lang zoals een giraf, stamp hard met je voeten zoals een olifant, kruip over de grond als een slang,  … Vergeet zeker de pinguïn niet. Die kan jij als zwemmer namelijk héél goed nadoen! 

Opdracht 6

Ga op je rug liggen en steek je rechterbeen in de lucht. Denk aan iemand die je nu even niet kan zien, maar wel heel hard mist. Schrijf met je rechtervoet zijn of haar naam in de lucht. Steek vervolgens je linkerbeen in de lucht. Bedenk nu wat je graag met die persoon zou willen doen, zodra je hem of haar weer mag zien. Knuffelen, spaghetti eten, naar de dierentuin, een mopje vertellen, … Schrijf wat je wil doen met je linkervoet in de lucht. 

Opdracht 7

Zet je handen op de grond en steek je benen in de lucht. Je broer, zus, mama, papa, … wordt jouw helper en neemt je benen vast. Zo vorm jij samen met jouw helper een kruiwagen. Door op je handen te stappen kan de kruiwagen bewegen en doorheen het huis of de tuin wandelen.
Goed geoefend? Dan kan je nu een race doen! Wie is het snelste kruiwagen-team?
Tip: Span al je spieren op en vorm zo een plank. Op die manier ben je een stevige kruiwagen en ga je nog sneller!